De familie Mahy, gevestigd te Gent, was gespecialiseerd in het bouwen van stoomketels. Ghislain Mahy, geboren in 1907, toonde reeds zeer vroeg een uitzonderlijke aanleg voor mechanica. Hij bewees dit door op zeventienjarige leeftijd eigenhandig zijn eerste en enige auto in elkaar te knutselen met de motor van een Dixi en onderdelen uit de sloperij. Na de wagen zorgvuldig op punt te hebben gesteld, slaagde hij erin die te verkopen tegen de aardige som, destijds, van 6500 BF. Dit klein kapitaal lag aan de basis van zijn automobielhandel.


In 1932 vestigde hij zich als handelaar in tweedehands-wagens, en in 1938 opende hij als eerste in België een verhuurdienst voor auto’s zonder chauffeur. Hij werd vervolgens agent van verschillende grote automerken, Nash, Simca en Fiat.

In 1944 koopt Ghislain, tegelijk met een FN motorfiets (de oudste 4 cilinder ter wereld), een Ford T, voor de som van 150 BF. Dit model was een stuk jeugdherinnering want zijn vader had met een dergelijke auto gereden. De mechaniek was hem bekend, buiten de versnellingsbak, die hij uit elkaar haalde en opnieuw monteerde, teneinde de werking ervan te begrijpen.

Nadien volgden de aankopen elkaar op: een Benz Karpatensieger 1915, een  Fiat Limousine 1921, een Wanderer 1915, een prachtige Belgische Fondu 1906, een Rolls Royce 1920 (dewelke een garagehouder wilde verbouwen tot takelwagen),…


En de verzameling groeide. In oktober 1954, bij de opening van het oude circus, omgebouwd tot een garage, bezat hij reeds 35 oude wagens: een eerste stap in de richting van een volwaardige verzameling. Tijdens de oorlog van Korea waren de prijzen van de metalen vervijfvoudigd en woog er een ernstige dreiging op de wagens gezocht door de slopers. Ghislain Mahy slaagde erin zeer veel voertuigen te redden. Dit was niet altijd zonder ernstige financiële problemen want intussen was de notie verzamelvoertuig algemeen geworden, wat een onvermijdelijke prijsverhoging met zich meebracht. Gedurende vele jaren bleef Ghislain Mahy honderden voertuigen verzamelen (in totaal meer dan 950). Deze werden ondergebracht in het voormalig winter circus.



1938: Het circusgebouw.

Laten we nu terugkeren tot voor WOII. De zaken draaien goed voor Ghislain Mahy en hij wil uitbreiden. Zijn droom: het Gravensteen huren. Dit prachtig gebouw uit de 12de eeuw was toen nog niet geklasseerd als historisch monument en werd gebruikt als textielfabriek. Ghislain’s echtgenote, realistischer, stelt hem voor zich te interesseren voor een ander leegstaand pand, het oude wintercircus. Een gigantisch rond gebouw van 5000 m2 in het centrum van Gent. Er komt een overeenkomst tussen Ghislain Mahy en de eigenaar, de nodige aanpassingen gebeuren en in 1939 eindigen de werken. Maar Ghislain heeft geen geluk, de dag van de inhuldiging van de showroom is tevens die van de algemene mobilisatie.


De oorlog is daar en de handel draait tijdens deze lange periode zo goed als niet. Na de oorlog, in 1948, wordt het gebouw verkocht aan Ghislain Mahy. Ondanks dit financieel avontuur beslist Ghislain het circus om te bouwen tot een nog ambitieuzere garage dan deze van voor de oorlog. De nieuwe garage opent in oktober 1954, het is een der modernste en belangrijkste van Vlaanderen. De zalen zijn enorm, maar  meerdere zijn ongeschikt voor de professionele bezigheden. Doodlopende gangen, zalen met zuilen, hoge verdiepingen en twee verdiepingen kelders worden gebruikt als stapelplaats der oude voertuigen. Dit reusachtige ronde gebouw is een surrealistische plaats, een architecturaal meesterwerk. Boven de piste hangt een Zeppelingondel en een vliegtuig doet dienst als luchter voorzien met TL-verlichting.


Rondom, op elk der 4 verdiepingen, lijken tientallen oldtimers toeschouwers te zijn van een spookvoorstelling. Anderen slapen rustig in de kelders en hebben sinds meer dan dertig jaar het daglicht niet meer gezien.



Het stockeren en restaureren van de voertuigen.

Jarenlang verzamelt Ghislain voertuigen. Honderden voegen zich bij deze die hij reeds bezit in de verschillende zalen van het oude circus en van bij de aanvang start Ghislain de restauratie. Dit betekent voor de eerste voertuigen een volledige demontage, wederopbouw en verven met de borstel. In die tijd was het vervangen van onderdelen niet zo eenvoudig als nu.


Talrijke onderdelen waren beschikbaar maar waren moeilijk te vinden. Vandaag raadpleegt men de advertenties in de gespecialiseerde pers of contacteert men de clubs. Einde der veertiger jaren was men aangewezen op het toeval of moest men zelf een netwerk uitbouwen. Zeer snel vervangt hij de borstel door een spuitpistool, maar Ghislain kent de techniek niet en doet beroep op een vriend carrossier. Hij heeft ook problemen met houtwerk, bekleding en dergelijke. Elke keer vindt hij bekwame vrienden die hem ter hulp komen. Sinds de jaren vijftig tot omstreeks 70 werken Ghislain en zijn oudste zoon Ivan in een klein werkhuis, geholpen door enkele gepassioneerde vrijwilligers zoals bijvoorbeeld die buitengewone bekwame bekleder die de stiel geleerd had op de ouderdom van 15 jaar bij Minerva. Gedurende een veertigtal jaren hebben Ghislain, Ivan en hun vrienden zelf een 250-tal voertuigen gerestaureerd.



1970: Houthalen, het eerste automobielmuseum in België.

Het circus was een stapelplaats voor al deze voertuigen. Niets was echter voorzien om het publiek te ontvangen, geen enkele publiciteit werd gemaakt over de collectie. Nochtans contacteerden vele liefhebbers de familie Mahy om het voorrecht te hebben de oldtimers te bewonderen. Begin de jaren 60 ging Ghislain Mahy op zoek naar een plaats om een museum uit te bouwen. In 1964 koopt Ghislain Mahy in Gent een oude bowling van 2000 m2.


Hij verbouwt, plaatst gerestaureerde voertuigen, maakt de zaal klaar voor de opening, en de stad Gent verbiedt de exploitatie, bewerende dat het gebouw zich in een groene zone bevindt en dat de uitbating van een museum een economische activiteit is. De pers interesseert zich aan de verzameling en de burgemeester van Houthalen leest er een artikel over. Hij neemt contact op met Ghislain Mahy en stelt voor een loods, gelegen aan de Grote Plaats, in te richten als museum. Maar ditmaal komt er verzet van de gouverneur van Limburg. Zijns inzien dient men een specifiek gebouw op te richten om er de verzameling in onder te brengen. Aldus ging in juli 1970 het Provinciaal Automuseum van Houthalen open in Limburg. Het was één der eerste automusea in Europa.


Maar het begin der jaren zeventig viel samen met de eerste petroleumcrisis en in 1975 begon het museum er de gevolgen van te voelen. Daarbij werden de personeelskosten steeds hoger en ter wille van het wegvallen van subsidiering kwamen er geen scholen meer naar het museum. In 1983 besloot de provincie het museum te sluiten. Niettemin mocht de familie Mahy het museum ten persoonlijke titel uitbaten. Ondertussen had in 1978 de familie de VZW “Autocollectie Gh. Mahy” opgericht, teneinde de verzameling te vrijwaren. In 1983 neemt Ivan Mahy het beheer van het museum over. Hij laat zich helpen door vrijwilligers en het museum kent een nieuw succes. Drie jaar later is het zakencijfer aanzienlijk verbeterd. Het museum maakt publiciteit en het publiek komt massaal. De nabijheid van het park van Bokrijk is een pluspunt en trekt vele bezoekers aan. In 1986 vindt de provincie het nodig de huurprijs te vervijfvoudigen en die komt alzo op gelijke hoogte met het publiciteit- en promotiebudget van het museum. AGM kan dit niet dragen en de onderhandelingen leveren niets op. De voertuigen tentoongesteld in Houthalen dienen een andere tentoonstellingsruimte te vinden.




1986: Autoworld.

Een prachtige hall van 8000 m2 was beschikbaar, gelegen in het mooie kader van het Jubelpark te Brussel. De metalen structuur met een spanwijdte van 48 m zonder palen voldeed perfect. De zaak werd onderhandeld, bij name met de ministers Herman De Croo (communicatie) en Louis Olivier (Openbare Werken, eigenaar van het gebouw). De inhuldiging gebeurde in 1986 na herstelling van het gebouw, gelegen tegenover het Legermuseum, het Vliegtuigmuseum (één der belangrijkste ter wereld) en in de nabijheid van het museum van Kunst & Geschiedenis. Buiten zijn architecturale waarde bezat het eveneens een symboliek aangezien tussen 1902 en 1934 bijna ieder jaar er een autosalon  plaatsvond.


Meer dan 200 mechanische juweeltjes verwelkomen er reeds 27 jaar de bezoekers en Autoworld wordt aanzien als één der befaamste automusea ter wereld. Maar het belicht in werkelijkheid maar één vierde van de door Ghislain Mahy verzamelde voertuigen. De andere  800 oldtimers sliepen rustig in het oude Wintercircus te Gent tot 1997.



1997: Op weg naar nieuwe avonturen.

Reeds voor de installatie in Brussel (1986) was de VZW “Autocollectie Gh.Mahy” op zoek naar een grotere ruimte dan het circus om de oude voertuigen in onder te brengen.


Vele contacten werden gelegd met openbare diensten. De staat verkocht verscheidene kazernen en fabrieken ingevolge verhuis en/of faillissementen . AGM zocht een geheel van grote gebouwen omringd door een terrein.


Ivan Mahy contacteerde eveneens verscheidene steden waaronder Antwerpen, Blankenberge, Brussel, Gent, Oostende; die wel akkoord waren een gebouw ter beschikking te stellen; maar vele sites waren echter te duur, te klein of niet geschikt.

In 1996, tijdens een bezoek aan Frasnes-lez-Anvaing, werd Ivan Mahy door een curator erop gewezen dat er een fabriek te koop stond in Leuze-en-Hainaut. AGM bezocht de vroegere textielfabriek Ernaelsteen, stelde vast dat zij voldeed en ontmoette de eerste schepen van Leuze. Deze laatste, de heer Jean-Pol Renard was onmiddellijk zeer enthousiast. Drie dagen later werd AGM verwittigd dat de stad Leuze akkoord ging de oude fabriek aan te schaffen om er het toekomstig “Musée Communal de l’Automobile” in onder te brengen. Van toen af begonnen Ivan Mahy en enkele vrienden aan een titanen verhuis. Drie jaar lang gaan zij meer dan 700 voertuigen, gestockeerd in de cirkelvormige galerijen en de kelders van het circus te Gent, overbrengen naar Leuze. Buiten de veteranen werd de site ook gevuld met tonnen wisselstukken, oud gereedschap, didactisch materiaal en varia en bleek de 20.000 m2 reeds te nauw te zijn. De privé bibliotheek, één der grootste in Europa, zwicht onder het gewicht van de kostbare autodocumenten zorgvuldig geklasseerd en op inventaris geplaatst.



2000: geboorte Mahymobiles.

In de loop der tijd kreeg het ambitieuze project stilaan vorm en werd het toekomstige “Musée Communal de l’Automobile” Mahymobiles gedoopt. De gebouwen waren gedurende één eeuw gebruikt door textiel ondernemingen. Men moest het geheel zo inrichten dat het niet alleen toegankelijk werd voor het publiek, maar ook aantrekkelijk. Door tussenkomst van Ideta, een intercommunale ter economische en toeristische ontplooiing van de regio, heeft het Waalse gewest subsidies toegekend om het onthaal en de toegang tot het gebouw aan te passen.

Een tweede subsidie werd toegestaan door Europa, bedoeld voor de buitenzijde van het gebouw: vernieuwing van de daken en de gevels evenals de aanleg van het park van 5ha. De VZW Mahymobiles neemt voor haar rekening de binneninrichting evenals de aanleg van een testpiste buiten het gebouw waar de wagens bezoekers kunnen vergasten op een autoritje.




Mahymobiles vandaag.


De collectie Gh. Mahy is één der meest interessante ter wereld, zowel door het aantal (ongeveer 1000 voertuigen) als de verscheidenheid. Voertuigen uit gans de wereld, benzinewagens, stoomwagens, elektrische wagens, vrachtwagens, moto’s, fietsen, autobussen, pedaalwagentjes, paardenkoetsen en sleden.

Grote klassiekers en populaire wagens staan er naast elkaar en vertellen de geschiedenis van de automobiel vanaf 1895 tot heden.


Een prachtig patrimonium voor België.


Mahymobiles heeft slechts één ambitie: de passie voor de auto doorgeven aan iedereen. Op dit ogenblik stelt het museum een wandeling van +/-2h30 voor aan de bezoeker, over een oppervlakte van 6000 m2 (6 zalen) met meer dan 300 tentoongestelde voertuigen.


De zaal “Ghislain Mahy”, opengesteld op 29 september 2000, geeft een extreem gediversifieerde voorstelling, zowel merkgebonden als geografisch.

Meer dan 100 voertuigen staan in de schijnwerpers en zijn fier voorgesteld te worden. Wagens met hun originele verf, wagens meesterlijk gerestaureerd, auto’s in hun origineel “sausje” die aldus hun ziel behouden hebben. Liefhebbers van mechaniek vinden in de didactische zaal opengesneden chassis en motoren.




Mahymobiles toont tevens een wonderbare verzameling miniaturen evenals een retrospectieve van tweewielers (fietsen en motorfietsen).


Een mini-piste is bestemd voor de kinderen van 2 tot 7 jaar die aldus via pedaalautootjes de wegcode ontdekken. Een eerste stap naar het auto-universum in al zijn aspecten. In de lente 2005 openden 3 nieuwe zalen hun deuren en nodigen uit tot een adembenemende wandeling. Verscheidene uitverkorenen vertellen de fantastische evolutie van de carrosserie en een bergachtig decor roept de geest op van het grote avontuur van de automobiel (raids). Een andere afdeling toont een overzicht van gemotoriseerde tweewielers.

 


 

De geschiedenis van de Mahy verzameling